Persberichten

01 December 2021
PERSBERICHT OOSTPUNT

Waar gaat de zaak over?

Na een civiele procedure en een periode van onderhandelingen is tussen de eigenaren van Oostpunt en het Eilandgebied Curaçao in 2010 een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Daarin zijn onder meer afspraken gemaakt over onderzoeken naar ontwikkelmogelijkheden van Oostpunt. Vervolgens is een concept-landsverordening opgesteld, die eind 2012 ter inzage heeft gelegen. Na diverse aanpassingen is op 19 januari 2017 de Landsverordening herziening Oostpunt vastgesteld. Eisers zijn het niet eens met de wijze waarop deze landsverordening tot stand gekomen is en ook niet met de ontwikkelmogelijkheden die deze landsverordening volgens hen toestaat. De wetgever en de eigenaren van Oostpunt vinden dat de Landsverordening herziening Oostpunt zorgvuldig tot stand is gekomen en passende ontwikkelingen mogelijk maakt.

Wat is de uitspraak van het Gerecht?

Het Gerecht verklaart sommige beroepen niet-ontvankelijk en sommige beroepen ongegrond.

Dat betekent dat de Landsverordening herziening Oostpunt blijft gelden.

Waarom zijn sommige beroepen niet-ontvankelijk?

Alleen belanghebbenden kunnen beroep instellen bij de Lar-rechter. Iemand is bij de vaststelling van een ontwikkelingsplan belanghebbende als hij of zij daardoor rechtstreeks in zijn of haar belang wordt getroffen. Een natuurlijk persoon wordt rechtstreeks in zijn of haar belang getroffen als hij of zij gevolgen van enige betekenis van het ontwikkelingsplan ondervindt. Het Gerecht vindt bij een van de eisers niet aannemelijk dat hij gevolgen van enige betekenis ondervindt, omdat hij op een te grote afstand van Oostpunt woont. Rechtspersonen kunnen ook belanghebbenden zijn. Dan moet gekeken worden naar de belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden behartigen. Van sommige eisers beschikt het Gerecht niet over de informatie om dit te kunnen beoordelen. Van andere eisers vindt het Gerecht dat zij gelet op hun doelstellingen niet rechtstreeks in hun belang worden getroffen of dat zij niet meer actief zijn en dus om die reden niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt.

Hoe zit het met de rechtsbescherming tegen de vaststelling van een ontwikkelingsplan?

Uit artikel 13, derde lid, van de Landsverordening grondslagen ruimtelijke ontwikkelingsplanning volgt dat tegen de vaststelling van een ontwikkelingsplan beroep openstaat bij de Lar-rechter. Maar omdat het in dit geval gaat om een landsverordening en de wetgever afwegingen heeft gemaakt bij de vaststelling daarvan, heeft de Lar-rechter beperkte toetsingsmogelijkheden. De rechter mag niet in de afweging van de wetgever treden, behalve als het resultaat daarvan in strijd zou komen met de artikelen 3 tot en met 21 van de Staatsregeling (de ‘klassieke grondrechten’) of met internationaal recht met rechtstreekse werking. De Lar-rechter biedt ondanks de beperkte toetsingsmogelijkheid dus wel rechtsbescherming, zowel bij het Gerecht in eerste aanleg als in hoger beroep bij het Hof. Verder bestaat de mogelijkheid om voorafgaand aan de vaststelling van een ontwikkelingsplan voor iedereen om tegen het ontwerp-ontwikkelingsplan schriftelijke bezwaren in te dienen en voor belanghebbenden om tegen de ontwerp-bestemmingsvoorschriften schriftelijke bezwaren in te dienen. Die procedure staat in artikel 11 van de Landsverordening Ruimtelijke Ontwikkelingsplanning Curaçao (EROC). Naar het oordeel van het Gerecht is dit artikel van toepassing, ook al gaat het hier om de totstandkoming van een landsverordening.

Is de Landsverordening herziening Oostpunt in strijd met het EVRM en of internationale (milieu)verdragen?

Het Gerecht vindt van niet. De artikelen 6 en 13 van het EVRM zien kort gezegd op het recht op een eerlijk proces en op het recht op toegang tot de rechter. Deze artikelen vereisen echter geen effectief nationaal rechtsmiddel tegen formele wetgeving, zoals de Landsverordening herziening Oostpunt. Verder wijst het Gerecht op wat zij heeft gezegd over (de systematiek van) rechtsbescherming bij de vaststelling van een ontwikkelingsplan. Er is ook geen strijd met artikel 8 EVRM. Dat artikel kan in het geding zijn indien de overlast zo is dat die een betrokkene in ernstige mate in zijn gezondheid treft of hem belet in zijn woongenot en zijn privé- of gezinsleven. Dat hebben eisers niet aannemelijk gemaakt. De artikelen in de internationale verdragen die eisers hebben genoemd, zijn zo geformuleerd dat die niet zonder nadere uitwerking in nationale regelgeving direct toepasbaar zijn. Daar kunnen eisers zich dus niet op beroepen. En voor zover al sprake zou zijn van zogenoemde directe werking, is het Gerecht van oordeel dat de Landsverordening herziening Oostpunt met deze artikelen niet in strijd is. Dat komt door de tekst die is opgenomen in de Landsverordening herziening Oostpunt. Daarin staat kort gezegd dat ontwikkelingen van de gronden te Oostpunt slechts kunnen plaatsvinden, als er passende voorwaarden worden gesteld en passende maatregelen worden getroffen die effectieve bescherming van de omgeving in overeenstemming met internationale verdragen waarborgen.

29 November 2021
UITSPRAAK IN ENNIA-ZAAK

Vandaag heeft het gerecht in eerste aanleg van Curaçao uitspraak gedaan in de zaak van Ennia tegen een aantal van haar (voormalig) bestuurders, commissarissen en aandeelhouders. De gedaagden zijn veroordeeld tot betaling van schadevergoeding van - voor alle gedaagden samen en alles opgeteld - ruim 1 miljard gulden. Het gerecht heeft vastgesteld dat na de overname van Ennia in 2006 sprake is geweest van een wijziging van het beleid en van transacties en uitgaven, die zeer nadelig waren voor Ennia. Voor zover aan gedaagden daarvan als bestuurders of toezichthouders een ernstig verwijt kan worden gemaakt, zijn zij voor de door Ennia geleden schade aansprakelijk gehouden. Het gerecht heeft hierbij veel gewicht toegekend aan het feit dat Ennia een verzekeraar is en aan het belang van de (pensioen)polishouders dat Ennia ook op langere termijn aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen.

ARCHIEF

Wilhelminaplein 4, Willemstad, Curacao
Algemeen telefoonnr: + (5999) 463 4111

Gemeenschappelijk Hof van Justitie
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
content©GHJ, design©passaatdesign.com, developed by SPIN